Hoe is het om in een oud politiebureau te wonen?

-juni 2023-

Lange gangen, een kelder met cellen en dikke beveiligde deuren. Je denkt niet meteen aan een woning… Maar dat is het wél! Op deze bijzondere plek in Meppel woont de avontuurlijke Eshja (20). Ze huurt twee mooie ruime kamers in het voormalige politiebureau. ‘De eerste avonden hier waren heel spannend.’

Hoe komt zo’n jonge meid in een politiebureau? ‘Ik studeer Mediavormgeving in Zwolle en woonde nog bij m’n vader in Sneek. Het was elke dag veel gereis en ik wilde graag een eigen plek. Anti-kraak leek me wel wat. Mijn moeder deed dat vroeger ook en een oom nu nog steeds. Je woont dan tijdelijk in een pand, om het te “beschermen” tegen krakers. Ik zocht contact met Adhoc, een organisatie die anti-kraak panden verhuurt. En zo kwam ik in Meppel.’

Douchen in de kelder
Actium gaat het politiebureau slopen en bouwt er 55 appartementen voor terug. Tot die tijd verhuurt Adhoc het namens Actium. Een gewoon huis is het niet. Als je binnenkomt, sta je meteen bij de originele politiebalie. Het pand heeft drie verdiepingen en is enorm groot. Ook zijn er nog cellen. ‘De eerste weken woonde ik met maar één huisgenoot. Ik moest erg wennen en hoorde vreemde geluiden. De douches zijn in de kelder, daar durfde ik niet alleen naartoe. Dan belde ik eerst m’n moeder. Nu is dat anders hoor, ik vind het heerlijk om hier te wonen.’

‘Het politiebureau is mijn thuis’Avontuur
Inmiddels heeft Eshja drie huisgenoten. Adhoc regelde dit op haar verzoek. ‘Het is fijn om hier met meer mensen te zijn. We delen een grote keuken en het sanitair. Soms eten we samen én we hebben een groepsapp met de naam tatutatu; dat past wel bij de politiesfeer.’ Eshja voelt zich thuis in haar bijzondere huis. Haar twee kamers zijn ruim en sfeervol. Er hangen veel foto’s en overal staan planten. Ze zit graag op haar balkon met uitzicht op de stad. ‘Ik hoop hier nog een tijd te wonen, maar met anti-kraak weet je nooit hoelang dat kan. Dat vind ik niet erg. Ik houd van avontuur en ontdek graag weer nieuwe plekken!’